profielfoto_theo_korthals_altes

Geboren en getogen Amsterdammer die alweer geruime tijd in Den Haag woont. Zijn loopbaanverleden is sterk met de Haagse wereld verbonden. Theo werkte als jurist en adviseur voor overheden en het internationale bedrijfsleven, ook in het buitenland. Mede beïnvloed door zijn jarenlange ervaring in Human Resources is hij steeds meer geïnteresseerd geraakt in complete levensverhalen. Inmiddels heeft hij er vele geschreven, in zeer uiteenlopende vorm. Naast zijn werk voor derden – als ghostwriter – publiceert hij tevens op eigen naam. Dit zijn meestal publicaties van historische of politieke aard.

Uit: Het schip met het waaierzeil

Op een dag kwam het vreemdste bericht dat ik ooit heb gekregen. Het was totaal onverwacht en, ik zeg het onmiddellijk, volkomen misplaatst. Ongetwijfeld was het hele verhaal een grote vergissing, al waren er diegenen die er serieus in leken te geloven.

Ik was de grote zaal van het stedelijk orkest ingelopen en stond bij de ingang boven aan de trap aan de kant van de musici. Er was geen publiek, want het was repetitietijd, en de orkestleden zaten op hun plek op iets of iemand te wachten. Ik liep met rustige tred naar beneden.

Een van de orkestleden stond op zodra deze mij zag. Hij liep met grote vaart op mij af. Nog voor ikzelf goed en wel beneden was, vertelde hij mij met kennelijk grote vreugde: “U bent benoemd tot dirigent, gefeliciteerd!”.

Perplex bleef ik staan en antwoordde: “Wat bedoelt u?” De man keek mij met grote blije ogen aan. “Ja, en uw broer is tweede dirigent”. Ik dacht, godzijdank, want hij kan ten minste noten lezen. Dat kan ik helemaal niet. “Het spijt me verschrikkelijk,” zei ik, “maar dit moet een misverstand zijn.” Ik heb ooit in een koor gezongen en ik ken tal van klassieke muziekstukken uit mijn hoofd, maar dat is lang niet genoeg om een orkest te kunnen dirigeren.

Ik draaide mij om naar de overige orkestleden en zag dat zij mij allemaal met grote ogen vol verwachting aanstaarden. Ergens bij de violisten zat mijn broer in druk gesprek. Dus hij weet het al, dacht ik. Het was zelfs voor hem niet absurd dat ik hier op deze manier werd onthaald.

Gaandeweg bekroop mij een pijnlijke faalangst. Stel je voor dat ze mij voor het orkest zetten en dan?… Wat moet ik in vredesnaam doen? De orkestleden bleven mij aankijken alsof zij wilden zeggen: “Nou veel succes, wij zijn benieuwd!”

Ik hoorde iemand vlak naast mij zeggen dat hij erg naar deze dag had uitgekeken, waarop ik zei: ”Dit is waarschijnlijk de eerste en tevens de laatste keer dat jullie mij zullen zien”. Zelfs deze woorden brachten het orkest niet op andere gedachten: “Nee hoor, u zult zien dat het heel erg meevalt. Dat gaat wel goed.”

Vervolgens werd mij verteld wat het eerste stuk zou zijn dat wij gingen spelen. Dat stuk kende ik goed. Ik slaakte een diepe zucht van opluchting. Van een grote verlegenheid hoefde het niet te komen. Na afloop leek het mij desondanks raadzaam mij te verontschuldigen en het orkest te verzoeken uit te zien naar een ander.

Uit: Het schip met het waaierzeil, autobiografie van een gedroomd leven (2013)

Wil je meer over ons te weten komen en wat we doen?

Neem contact op via ons contactformulier – we horen graag van u.

Neem contact op