saskia-lensink

Jarenlang werkte Saskia in het onderwijs. Sinds 2010 is ze actief als journalist en tekstschrijver. Zo maakte ze voor het Algemeen Dagblad meer dan honderd afleveringen van de rubriek Van Wieg tot Graf, met daarin de levensverhalen van mensen die zijn overleden.

Saskia schrijft ook artikelen, blogs, nieuwsbrieven en advertorials voor en over bedrijven. Ze interviewde in en om haar woonplaats Dordrecht veel ondernemers. Eigenaren van oude familiebedrijven bijvoorbeeld, zoals een chique herenmodezaak of de oudste zaadhandel van de stad. Maar ook een deurenfabrikant, een keukenboer, horeca-ondernemers, hoveniers, architecten, een voormalige circusbaas en nog veel anderen liet ze aan het woord. Een aantal van deze publicaties zijn te lezen op haar website saskialensink.nl

Haar grote interesse in geschiedenis kan Saskia kwijt in de rubriek De Tijdreis, die om de week in het AD verschijnt. Daarin gaat ze op zoek naar de historie achter een actuele gebeurtenis. En samen met haar collega Caty Groen schreef ze het boek Dordrecht, stad in oorlogstijd. Daarvoor interviewde ze ruim tachtig ouderen die de Tweede Wereldoorlog meemaakten.

Momenteel werkt Saskia aan het boek Dochters van Dordrecht, dat in 2018 verschijnt bij uitgeverij Liverse. Het wordt een verhalenbundel over vrouwen die een interessante rol speelden in de geschiedenis van deze oudste stad van Holland.
 
 

Over verhalen die verdwijnen

Oud en ziek is mijn grootvader opgenomen in een verpleeghuis. Al weken ben ik van plan hem op te zoeken, maar steeds moet ik het uitstellen. Als moeder van twee jonge kinderen en met een drukke baan als onderwijzeres heb ik een volle agenda.
Deze regenachtige novemberdag in 1995 is het dan zover. Na een inspannende autorit met files en wegomleggingen loop ik gejaagd zijn kamer binnen. Daar kom ik geschrokken tot stilstand. De tranen schieten me in de ogen.

Daar ligt hij dan, die ooit zo beresterke bloembollenteler, die jarenlang met zijn schuit naar ‘zijn’ landjes ging om bollen te rooien of onkruid te wieden. Smal en bleek, bijna doorzichtig, ligt hij in bed. Opa glimlacht en knijpt zwakjes in mijn arm. Ik schuif een stoel bij en vraag hoe hij zich voelt. Het praten kost hem zichtbaar moeite. ‘Goed… goed hoor.’ We praten wat over het weer, en over het eten, en over de zusters. Die zijn aardig, vindt hij. Vooral die ene. ‘Haar grootmoeder zat nog bij me in de klas.’

Nu lichten zijn ogen even op. Ik zie aan opa’s gezicht dat er herinneringen boven komen. Hij ziet beelden voor zich van de dorpsschool in 1915, waar hij als jochie rondliep. ‘Hij staat er nog, die school,’ zegt hij met zwakke stem. ‘Oud pandje, achter het huis van Simon Grooteman. Die heeft er later een bollenschuur van gemaakt.’

Heel veel vragen komen nu bij me boven. ‘Schreef u met een griffel, of was dat toen al afgeschaft? Hoe heette uw juffrouw? Had ieder kind een eigen tafeltje? Hoe rook het in de klas? Stond er een kachel? Welke spelletjes deden jullie in de pauze?’ Maar bij de aanblik van zijn vermoeide gezicht houd ik me in. ‘Denkt u nog vaak aan vroeger,’ vraag ik voorzichtig. Opa knikt.

Drie weken later overlijdt mijn grootvader. Met hem verdwijnen zijn verhalen, beelden en herinneringen aan tijden, die ik nooit heb meegemaakt. Wat heb ik er een spijt van dat ik hem niet meer heb gevraagd toen dat nog kon. Sindsdien luister ik altijd met fascinatie naar ‘oude’ verhalen. Als het even kan schrijf ik ze op. Om te voorkomen dat ook deze verloren gaan onder het stof van de tijd.

 

Saskia Lensink2

Wil je meer over ons te weten komen en wat we doen?

Neem contact op via ons contactformulier – we horen graag van u.

Neem contact op