Marleen Schepers 1

 

Marleen is de auteur van het boek ‘Wij van jaargang 1935’ (okt. 2014), waarin deze generatie jeugdherinneringen ophaalt. Sinds 2012 schrijft ze in memoriams, familiegeschiedenissen en portretten voor particulieren. Daarnaast werkt ze als freelance redacteur. Ze begon als tekstredacteur en journalist bij bladen als Margriet, Kinderen, Vriendin en Elle Wonen en werkte tien jaar voor het Vakblad Groen Onderwijs. Als journalist schreef ze informatieve artikelen en reportages en interviewde talrijke vrouwen, docenten, leerlingen en bestuurders. Marleen houdt van (hard) lopen, het buitenleven, Bonte Bentheimers, kaas en zingen. En van kunst, cultuurhistorie en de geschiedenis van het dagelijks leven.

‘Zullen we spelen?’

Het huis van Yvon stond aan de rand van het bos, vijf minuten fietsen van ons nieuwbouwrijtjeshuis in het dorp. Als ik op mijn fietsje aankwam, liep haar herdershond al op mij af. Het bos was eigenlijk een bosje. Maar wel met een niervormig meertje waar we ’s winters op schaatsten. Yvon op witte kunstschaatsen – die ik van haar kreeg toen ze haar te klein waren – en ik op houtjes met brede rode veters. Soms hadden we de schaatsbaan helemaal voor onszelf en krasten, draaiden en sprintten met z’n tweetjes op het ijs tussen de hoge bomen.

Yvon had pijpenkrullen, kon heel goed scheel kijken en keihard boeren. Ik had dun blond haar waar mijn oren uitstaken en kon niet eens knipogen, maar wel goed fantaseren. Yvon had een moeder die altijd aardappels schilde. Haar vader draaide shag, dat lukte hem ook met mitella. Zijn duim was in de zaagmachine gekomen. Wat ervan restte stak ergens in zijn lichaam. Dan kon ’ie weer aangroeien. Yvon had een grote, kalme broer die vliegtuigjes in elkaar zette of ze aan het beschilderen was met een fijn kwastje. Of hij schoot met een vriend met de buks op mussen, die van het oranje dak van het hoge huis vlogen. Dat vonden Yvon en ik stom.

Ik at weleens mee – aardappels, gekookte groenten en vlees, zo’n beetje net als bij ons thuis. Alleen aten zij de vla toe van hetzelfde bord en de herdershond at met de pot mee, maar niet aan tafel hoor. Wij lepelden de vla uit een glazen bakje en hadden twee dwergteckels, die kregen hondenvoer. Hun vorige herdershond lag in een graf achter het huis, in het bos. Daar waren nog meer dieren begraven, ik denk ook wel een geit. Want uit de zak geitenvoer pikten Yvon en ik wel eens van de zoete bruine brokjes. Als we daar flink op kauwden, proefden we een lekkere vieze karamelsmaak.

Ik belde Yvon heel vaak om te spelen. Dan draaide ik 1 9 3 6. Of zij belde mij. 1 9 2 4. De naam van de hond ben ik vergeten. Nee, ik weet het weer: Wanda! Hoe de eerste herdershond heette weet ik niet meer. Ze waren allebei heel lief.

 

Marleen Schepers 2

 

 

 

.
Aan De Slag

Klaar om Uw Boek te Maken?

Onze biografie-pakketten beginnen bij €1750. Vraag een vrijblijvend gesprek aan met ons team om te beginnen.