Kees (1950) is als docent Engels gepokt en gemazeld in het voortgezet onderwijs. Zijn andere interesse is geschiedenis, met name die van de Tweede Wereldoorlog. Naast co-auteur van drie toneelstukken (Nadien, 2010, Pilon, 2015 en Toen die dag… 2017) is hij ook schrijver van drie historische boeken. Eén over de Jodenvervolging in zijn woonplaats (Waar ze ook heen gaan, ze hebben in elk geval mooi weer, 2012), één over Alphense arts die ook in het verzet zat (Pilon, arts en verzetsman, 2016). Zijn meest recente boek bevat gesprekken met voormalige bewoners en medewerkers van de Martha-Stichting, een kindertehuis in Alphen aan den Rijn (Het Boek der Martelaren, 2017). Zijn boeken zijn gebaseerd op de verhalen die mensen hem vertellen.

Waar ze ook heen gaan, ze hebben in elk geval mooi weer

Uit het hoofdstuk: Het ergste vond ik het gevoel van onmacht

De oorlogsjaren hebben onbewust een grote rol gespeeld in mijn kinderjaren. Thuis voelde ik de spanningen als er gesproken werd over het verloop van de oorlog. We luisterden naar Radio Oranje. Het radiootje had mijn vader in de huiskamer onder de hoes van een typemachine verstopt. Ik ving gesprekken op tussen mijn ouders, omdat mijn vader naar onderduikadressen zocht bij boeren in de buurt van Ter Aar, Nieuwveen en Zevenhoven. Ik wist toen al dat mijn tien jaar oudere broer Aak bij wapendroppings in Aarlanderveen en Zwammerdam betrokken was.

Eén herinnering raak ik niet meer kwijt, namelijk de wegvoering van Maupie Hijmans op 30 september 1942. Ik heb het beeld nog op mijn netvlies van mevrouw Hijmans die een handkar met koffers voortduwde en Maup die ervoor liep. Er liep iemand naast, waarschijnlijk een politieman of een Duitse soldaat. Ik was die dag thuis met de hulp in de huishouding. Mijn moeder was naar Heusden naar de verjaardag van mijn oudste broer. Waarom ik die dag niet op school was, weet ik niet meer. Het kan zijn dat de Duitsers de school bezet hadden. Misschien was ik ziek, omdat ik veel last had van astmatische bronchitis. Toen ik die twee om circa tien uur ’s morgens zag gaan en ze nakeek tot ze de straat uit waren, besefte ik dat dit heel verkeerd zou aflopen. Het ergste vond ik het gevoel van onmacht, omdat ik van de dienstbode het huis niet uit mocht. Ik wilde Maupie gedag zeggen. De dag ervoor had ik nog met hem gespeeld. Hij woonde om de hoek met zijn moeder in de Bloemhofstraat. Zijn zus Fietje was het huis al uit en ondergedoken. Zijn moeder was weduwe en ik herinner mij dat ze altijd in het zwart gekleed ging. Maurits, zoals hij officieel heette, kwam wel bij ons thuis over de vloer, maar bij hem thuis kwam ik zelden. De dag voor de deportatie was ik nog met hem naar zijn huis gegaan. Het viel me toen op hoe rommelig en donker het in de kamer was, vol dozen en spullen. Maupie heeft toen niets gezegd dat zij de volgende dag weg moesten. Misschien wist hij het niet.

.
Aan De Slag

Klaar om Uw Boek te Maken?

Onze biografie-pakketten beginnen bij €1750. Vraag een vrijblijvend gesprek aan met ons team om te beginnen.