Heleen Niele thumbnail

Heleen publiceerde in 2004 haar eerste reportage in HP/De Tijd en niet lang daarna in NRC. Ze debuteerde als romanschrijver in 2007 met Bitter Zoet, gevolgd door Vals in 2010. Beide boeken zijn verschenen bij Cargo, een imprint van De Bezige Bij. Ze is geïnteresseerd in mensen en hun verhalen. Haar motto: elk verhaal is interessant als je maar goed luistert. Daarom werkt ze als vrijwilliger met demente mensen voor wie ze ook levensboeken maakt. Naast schrijven, lezen, fotograferen en schilderen, houdt ze van bewegen in de buitenlucht. En ze is dol op worteltaart met een goede topping.

Ken je die mop van die hazelnoten

Ik heb huiskamerdienst in het verpleeghuis voor dementerenden. Wanneer ik om acht uur begin zit alleen mevrouw De Wit in de huiskamer aan een lege tafel. Zij kan enorm mokken, maar vanochtend is ze in een goede bui. ‘Doe maar rustig aan hoor kind,’ zegt ze wanneer ik snel aan de gang ga met thee, koffie, boterhammen en beleg.

Als ik alle tafels heb gedekt en de radio zachtjes aanzet komt de verzorgster aanschuifelen met mevrouw Peters aan haar arm. Mevrouw Peters is een lange rechte vrouw met een bril en lange grijze haren in een staart. Stralend beantwoordt ze mijn groet. Vorige week heb ik met haar gewandeld en uitgebreid gesproken over haar zuster met wie ze ruzie heeft, maar dat weet ze niet meer. Haar kortetermijngeheugen is praktisch verdwenen. Uit voorzorg groet ze iedereen even hartelijk.

Ik bied mijn arm aan zodat de verzorgster snel iemand anders uit bed kan halen; ze moet in haar eentje tien mensen verzorgen, dus elke minuut telt.

‘Waar wilt u zitten?’ vraag ik.

Onzeker kijkt ze om zich heen en wijst aarzelend naar de tafel waar mevrouw De Wit zit. Die heeft zich naar het raam gekeerd en maakt met haar schouders nijdige rukjes. Zodra we de tafel hebben bereikt, schieten haar felle ogen naar ons en dan weer weg.

‘O nee,’ zegt ze tegen het raam. ‘Die wil ik niet aan tafel hebben. Die eet zo vies.’

Ze draait haar hoofd naar ons en werpt mevrouw Peters een walgende blik toe. Die kijkt onschuldig terug en haalt haar schouders op. Ze begrijpt er niks van. Ik manoeuvreer mevrouw Peters naar een tafel waar voor één persoon is gedekt en smeer een boterham voor haar .

De rest van de ochtend ben ik druk met andere mensen en als mevrouw Peters mij roept voor een nieuwe boterham loop ik onbevangen naar haar toe. Op de rand van haar bord liggen  bruine balletjes en ernaast ligt haar gebit me toe te grijnzen. ‘Wat zijn dat?’ vraag ik, maar mijn  maag knijpt zich al samen. Mevrouw De Wit houdt ons in de gaten, keert zich om en schudt haar hoofd tegen het raam.

En dan realiseer ik me dat de balletjes bestaan uit leeggezogen stukjes brood. Kokhalzend loop ik snel naar de keuken, ga bij de spoelbak staan met mijn armen gestrekt op het aanrecht en probeer mijn slokdarm tot rust te manen. ‘Ik kan toch niet kauwen,’ roept mevrouw Peters me  verontwaardigd achterna.

Ken je de mop van die chauffeur die met een bus vol bejaarden op pad is? Die krijgt de hele reis handjes hazelnoten van zijn passagiers die hij lekker opsmikkelt. Ze zijn bijna weer thuis als hij de een tegen de ander hoort zeggen: ‘Lekker hè, die chocola. Alleen jammer van die nootjes.’

Zo voel ik me nu.

Versie 2

Wil je meer over ons te weten komen en wat we doen?

Neem contact op via ons contactformulier – we horen graag van u.

Neem contact op