frank-kromer

 

Frank studeerde Economie en Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Na een carrière als corporate communicatieadviseur, maakte hij de overgang naar de journalistiek. Frank schreef talrijke stukken – van interviews tot nieuwsreportage tot columns – voor het Nieuw Israëlietisch Weekblad, Het Parool en De Telegraaf. Nadat hij voor Het Parool een jaar lang elke dag een societyfeestje bezocht, verscheen in september 2013 zijn boek Klatergoud & Schone Schijn over de façade van die glamourwereld. Frank houdt van de muziek van Mark Eitzel, Bruce Springsteen en Bram Vermeulen. Ook mag ‘De komst van Joachim Stiller’ van Hubert Lampo in geen enkele boekenkast ontbreken.

De sax van Zoot

Voor Vincent was het altijd een lastige periode geweest, zo rond Kerst. Hij had geen broers of zussen en zijn vader had hij amper gekend. Nu hij tegen de veertig liep, was de gedachte aan drie lange dagen bij zijn moeder een gruwel. Niet omdat zij een vervelende vrouw was, maar omdat er in en rond zijn ouderlijk huis in Oldenzaal niks te doen was.

Twee dagen voor Kerst belde Vincent mij ’s ochtends vroeg op. “Frankie, wat dacht je er van als wij op Eerste Kerstdag een kroegentocht houden?” Aangezien ik niks gepland had en mijn overige familie weer eens naar de zon was gevlucht, kostte het hem geen moeite om mij te overtuigen.

Nu was Vincent een warrig type; hij sprak in halve zinnen en had al meerdere setjes huissleutels versleten. Hij had altijd fantastische ideeën waarvan je wist dat ze toch nooit tot bloei zouden komen. Zo wilde hij samen met mij een radioprogramma maken op de zondagochtend vanuit een boerenschuur. “Elke week laten we een jazzband optreden en serveren we biologische hapjes. En dat laten we dan uitzenden door AT5,” vertelde Vincent keer op keer. En elke keer knikte ik instemmend. “Ja, dat gaan we doen.”

Een dag voor Kerst belde Vincent weer. “Frankie, ik denk dat we om acht uur bij café Nagel moeten beginnen, dan pakken we de Nieuwmarkt, stoten we door richting de Negen Straatjes en eindigen we bij het Leidseplein.” Dat klonk als een gedegen plan, maar ik had toen al beter moeten weten.

De avond was helder en koud. Terwijl ik door de Damstraat fietste, voelde ik mijn telefoon in mijn broekzak trillen. Het was vijf voor acht. “Hey, Frankie, ik ben ietsjes later,” klonk het aan de andere kant van de lijn. “Bestelt jij alvast twee biertjes in het café.” Op Vincent kon je nooit boos worden.

Ik zette mijn fiets op de Nieuwmarkt en liep naar de Kromboomsloot. In het pand waar het café zat, brandde geen licht. Sterker nog, er was helemaal geen café meer. Roze babykleertjes hingen voor de ramen en van een tapinstallatie ontbrak ieder spoor. “Tja, dat is ook niet handig,” zei Vincent toen hij eenmaal gearriveerd was. “Op naar de volgende.”

Maar op de Noordermarkt bleken de meeste deuren gesloten en de Negen Straatjes waren ontdaan van hun hippige types. En als zovelen van Vincents plannen leek ook deze voorbestemd om te eindigen in mineur. Alleen rond het Leidseplein pruttelde het nog.

Café Alto zat vol met zijn verloren zielen en verdwaalde toeristen. Achterin op het kleine podium speelde een Amerikaanse saxofonist met zijn trio klassiekers. Zijn gezicht vol groeven verraadde zijn vele omzwervingen. “Oh, man, wat een lekker vet geluid. Hij heeft een beetje Zoot Sims-achtige stijl,” zei Vincent terwijl hij druk met zijn voeten op de grond tikte. Ik kende Zoot niet, maar zijn naam klonk inderdaad vet.

De uren verstreken rap en alles viel op zijn plek: de vreemde talen, de warme muziek en de glazen gin tonic. Alsof deze avond geen deel uitmaakte van ons dagelijks bestaan met zijn verplichtingen. Alsof Kerst niet bestond. Voor Vincent voelde dit als een bevrijding, als een thuis. Ik genoot van zijn lach.

Sindsdien belt Vincent elk jaar vlak voor Kerst. Gisteren hing hij weer aan de lijn: “Frankie, wacht dat je er van. Gaan we weer naar Alto?”

Frank Kromer2

Wil je meer over ons te weten komen en wat we doen?

Neem contact op via ons contactformulier – we horen graag van u.

Neem contact op